Internationale innovatiekracht van de watersector

Tijdens het ‘atelier' Internationale innovatiekracht van de watersector werd de thermometer gestoken in het Nederlandse innovatieklimaat, en het kwakkelt. Hoe kan het beter? De hoofden knikten eensgezind bij langdurige en forse investering in R&D en het vermarkten van onze kennis en ervaring.

 

Edmond Wellenstein (OESO), Piet Dircke (Arcadis) en Joop de Schutter (Unesco) leidden het thema vanuit hun expertise en ervaring in. Wellenstein schetste het beeld dat de dertig OESO-landen van Nederland hebben als het gaat om het innovatieve vermogen op het gebied van water: "We scoren goed op het aantal onderzoeken, publicaties, patenten en goede ideeën. Maar we doen er te weinig mee, we delen te weinig, maken onvoldoende reclame. Grote zorg hebben de OESO-landen over onze dalende budgetten voor onderzoek. Onze overheid moet ruimhartiger investeren in onderzoek(sinstituten) en de politiek moet minder ongeduldig zijn. De twee belangrijkste aanbevelingen van de OESO: 1) overheid neem je verantwoordelijkheid en investeer en 2) overheid, bedrijfsleven en kenniscentra werk strategisch samen. Met de nadruk op strategisch."

 

Piet Dircke zag focus als een belangrijke doorbraak voor Nederland op de internationale markt: "Wij concentreren ons op Amerika. Onze werkplekken zijn New Orleans, Florida en San Francisco. Dat werpt zijn vruchten af: New York is onze vierde klant." De praktijk van DHV onderschrijft dit betoog. Door zich jarenlang en met kleine stapjes te concentreren op waterzuivering in China heeft DHV voet aan de Chinese wal. Overigens niet als consultant, maar als producent.
Belangrijke tekortkoming, zo constateert niet alleen OESO, is de marketing rondom waterinnovaties. Dat heeft geen prioriteit of verloopt bonkig. "Neem de internationale aanbestedingen. Wij doen dat allemaal zelf wel. Terwijl het buitenland Engelse advocatenkantoren inhuurt om die processen te begeleiden," constateerde het ministerie van Economische Zaken.

 

De kennisinstituten nemen de rol van reclamemaker bewust of onbewust op zich. Zo maakte Joop de Schutter in zijn betoog duidelijk dat de komst van internationale studenten naar het kennisinstituut UNESCO-IHE het Nederlandse watermanagement op de internationale kaart zet. "Onze 200 studenten en 120 promovendi nemen onze kennis mee naar hun landen. Zij integreren in internationale netwerken en etaleren zo hun kennis." Maar die kennis verdwijnt dus weer? Hoe zorgen wij als Nederland zelf voor nieuwe kennis? "Onder meer door uitwisselingsprojecten," stelde Helena Hulsman van Deltares. "Het Singapore Delft Water Alliance is een internationale kennisuitwisseling tussen zowel universiteiten als bedrijfsleven."

Tot slot vroeg dagvoorzitter Lennart Booij de deelnemers waar de prioriteit ligt als het gaat om het vermarkten van de innovatieve waterkracht: "Ligt dat in investering in R&D?" Een stilzwijgend knikken bevestigde zijn vermoeden.