Durf de openingsnoot van een project samen te spelen

Door middel van een korte, staande discussie dwong gespreksleider Bart van Rosmalen zijn zes gasten om nu eens uit te leggen waarom de innovaties op watergebied niet sneller gaan. De eerste verbindingen tot snellere vernieuwing leken zo te worden gelegd.

 

"Hoe zijn jullie van plan de verbinding aan te gaan?" vroeg Bart van Rosmalen, directeur van het Koninklijk Conservatorium (maar vandaag gespreksleider) aan zijn zes gasten: directeur-generaal (DG) Water Annemiek Nijhof, hoogleraar duurzaamheid Klaas van Egmond, ingenieur René Noppeney, watergraaf Peter Glas, directeur van Deltares Harry Baayen en Frank Verhoeven, voorzitter van de vereniging Waterbouwers. Van Rosmalen goot de dicussie in een bijzonder jasje door alle aanwezigen aan te sporen binnen een minuut alle stoeltjes opzij te schuiven om zo ‘ruimte te creëren'. Zijn stelling was dat we weten waar we naartoe moeten op watergebied, maar dat we elkaar gevangen houden in gespreksvormen: "We vertellen steeds opnieuw ons verhaal tijdens bijeenkomsten." Hij wilde dit openbreken door staand snel te debatteren en met concrete oplossingen te komen.

 

Zijn zes gasten uit de overheid, wetenschap, kennisinstituten, ingenieurswereld, het bedrijfsleven en de waterschappen kregen in totaal twee minuten om te vertellen hoe volgens hen snellere vernieuwing mogelijk is. De hoogleraar duurzaamheid Van Egmond drukte DG Nijhof op het hart om toch alsjeblieft niet meer naar de wetenschap te luisteren. "We hebben ons sufgerekend aan kosten-batenanalyses, waren besluitvormend voor het kabinet en het werkte niet." Even later voegde hij toe: "Het is net als golfen," en legde hij uit dat de overheid ‘het vlaggetje moet planten', zodat alle verschillende disciplines op tijd de neuzen in dezelfde richting draaien. "Het kabinet moet weer durven beslissen."

 

Voor die beslissing genomen kan worden is contact tussen overheid, wetenschap, bedrijfsleven enzovoorts belangrijk. Zoals watergraaf Glas het formuleerde: "Je hebt drie tafels nodig om iets gedaan te krijgen: de tekentafel waar ideeën worden uitgedacht, de bestuurstafel waar besluiten worden genomen en de keukentafel waar informele verbindingen worden gelegd." Iedereen was het ermee eens, en de eerste lootjes voor een dergelijke opzet werden gelegd toen Noppeney, naast ingenieur bevlogen klarinettist, op de man af aan Glas vroeg: "Durven jullie het aan om bij de openingsnoot van een project met medewerkers van kennisinstituten en ingenieursbureaus aan tafel te zitten? Op zo'n moment komt onze kennis namelijk het best tot zijn recht." Glas antwoordde met een volmondig: "Ja." Het eerste huwelijk leek dus te zijn gesloten tijdens deze discussie. Hopelijk een goede stap in de richting van een innovatieve gemeenschap.